‘Jij bent ziek?’
Ik beaam het en antwoord dat ik me inderdaad niet erg lekker voel vandaag. Het is de een-na-laatste les van deze groep en als ik me vandaag had ziekgemeld was mijn planning volledig in de soep gelopen.
Dus zit ik hier, snotterig en rillerig.

 

‘Niet lekker?’, herhaalt mijn cursist.
Ik begrijp meteen haar verwarring.
‘Je niet lekker voelen betekent dat je je een beetje ziek voelt.’
Ze begrijpt het en begint iets te zoeken op haar telefoon.

 

Een minuut later staat ze naast me en houdt een foto op haar telefoon voor mijn neus.
Daarop zie ik een zakje met iets groens.
‘Barley grass’, legt ze uit.
‘In de Filipijnen we gebruiken dat als we zijn ziek.’
‘Barley grass’, herhaal ik. ‘Ik ga het onthouden, dank je wel.’

 

Blijkbaar is dit het startsein voor een rondje ‘help onze docent haar verkoudheid door.’
Één van mijn Oekraïnse cursisten vertelt dat ze voor dit soort momenten altijd een voorraad antibiotica in huis heeft. Blijkbaar is dat in haar land gewoon verkrijgbaar bij de drogist. Net als verschillende soorten vaccinaties en een heleboel andere medicijnen die je hier alleen met een recept kunt krijgen.
Eerder vertelde ze al eens dat door dit veelgebruikt bijna iedereen in haar land immuun is voor antibiotica, dus of het nog veel uithaalt vraag ik me af.
Ik noteer haar thuisapotheek in mijn hoofd voor ‘je-weet-maar-nooit.’

 

Een andere cursist komt me een afbeelding laten zien van een vrucht die ik niet thuis kan brengen. Er zit blijkbaar bizar veel vitamine C in en zorgt volgens hem dat je met twee dagen van je verkoudheid bent genezen.
Minpuntje is dat deze prachtige vrucht niet in ons land te krijgen is, dus daar heb ik niet veel aan.
Gelukkig doen onze sinaasappels het qua vitamine C ook nog best prima.

 

‘Kamelenmelk!’ doet mijn Somalische cursist een duit in het zakje. ‘Heel lekker en gezond. Goed voor jouw buik, als je drinkt je gaat hele dag wc.’
Ik zou het dolgraag eens proberen, al lijkt die wc-dag me nou niet direct heel aantrekkelijk, maar aangezien ik op dit moment even geen kamelen in mijn achtertuin heb staan moet ik ook dit advies voorbij laten gaan.
Toch jammer, ik zou oprecht graag eens kamelenmelk proberen.
‘Kamelenvlees ook heel lekker’, voegt hij nog toe.
In de andere hoek van het lokaal knikt iemand enthousiast. In gedachten zie ik mezelf zitten met een bord met daarop een enorme kamelenbult.
Ik geloof niet dat ik daar nu enorm van opknap, maar wie weet!

 

Tamiflu!’
Dit advies komt uit de mond van een kleine Roemeense vrouw. ‘In Nederland héél duur, maar bij ons goedkoop. Ik heb thuis en neem mee voor jou.’
Dat ik het niet ken is blijkbaar niet zo vreemd, want in Nederland is ook dit medicijn blijkbaar alleen verkrijgbaar op recept bij de apotheek.

 

‘Ik neem gewoon paracetamol en ga straks lekker op de bank liggen’, besluit ik.
‘Over een paar dagen voel ik me dan wel beter hoor.’

 

‘Neee geen paracetamol. Niet goed! Neem aspirine. Dat is beter!’ klinkt het nog ergens uit het lokaal.
Ik knik braaf.
Ik doe maar gewoon wat ik altijd doe: rustig aan en een beetje uitzieken.

 

Al zou een tropische vrucht en een beker warme kamelenmelk met Barley grass daar misschien best bij kunnen helpen. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.