Het was vandaag nationale ‘ga-met-je-schreeuwende-kinderen-naar-IKEA-dag.’
Tenminste, dat denk ik.
Want anders is het wel erg toevallig dat er zo enorm veel jonge ouders met een kind dat ergens tussen 2020 en 2026 op de wereld is gezet juist vandaag het idee hadden om naar dit Zweedse meubelhøk te gaan.
Helaas stond deze dag niet op onze kalender en leek het ons juist een goede dag om met één van onze pubers wat dingetjes te halen voor slaapkamers en badkamer.
De andere pubers vroegen zich nog heel even af of ze al te groot waren voor de ballenbak, en besloten toen wijselijk in hun bed te blijven.
Precies wat ik ook had moeten doen.
Tijdens het uitstappen hoor ik de eerste: Een klein meisje dat er duidelijk geen zin in heeft, maar nog niet de leeftijd heeft dat ze alleen thuis kan blijven.
Het kind krijst de longen uit haar roze jurkje.
‘Je krijgt een ijsje straks, we gaan niet lang’, hoor ik de vader zeggen.
Ik vraag me even af of ik het meisje zal vertellen dat je de ijsjes pas helemaal aan het eind, na de kassa, kunt krijgen en dat ze piepklein zijn.
Ik houd me in.
Op de trap naar de eerste verdieping loopt een ander klein meisje zelfstandig naar boven.
Dat ze daarmee iedereen ophoudt maakt haar niets uit.
Waarom zou ze ook, ze zal het toch moeten leren en waarom zou je daar niet zo’n drukke dag in een drukke meubelzaak voor gebruiken?
Ik tover een glimlach tevoorschijn en complimenteer het meisje dat ze dit al zo goed kan. Ik voel meteen dat dit mijn laatste glimlach van de dag is.
Ik vraag aan Marcel of ik in de ballenbak mag wachten tot ik het zat ben en hem laat omroepen: ‘Wil Marcel zijn vrouw ophalen uit de ballenbak.’
Hij vindt het geen goed plan.
Wat hebben we ook alweer nodig?
De twee dingen die ik opnoem lijken ineens de moeite niet meer waard om de helse speurtocht langs de pijlen te gaan volbrengen.
‘Kunnen we beginnen met koffie?’
In het restaurant zoek ik de plek met het minste aantal schreeuwende kinderen, terwijl man en dochter koffie gaan halen.
Ik bedenk dat het niet zo lang geleden is dat we hier zelf ook zaten met mopperende en huilende kinderen. Ze vonden het altijd leuk tot de kinderafdeling. Als we daar voorbij waren daalde het humeur meestal tot onder nul als ze ontdekten dat we die enorme knuffels echt niet allemaal gingen meenemen.
Ik mis dat nu zeker niet. Ik heb genoeg aan mijn eigen humeur.
De koffie smaakt goed. Als ik nou maar niet aan de lijn zou doen zou ik het wel weten, die zoete Daimtaart zie ik wel zitten. Ik houd me in, de 6 kilo die ik al kwijt ben zit er met één zo’n gebakje volgens mij meteen weer aan. Ik houd het bij koffie, maar wordt steeds chagrijniger.
Vresig heet dat in het Zweeds. Dat vind ik nou een leuke naam voor zo’n kledingkast!
Uren later - nou ja, misschien een uurtje, maar het voelt als een halve dag - komt eindelijk de kassa in zicht. De kar zit vol met dingen waarvan ik niet wist dat we ze nodig hadden.
De enorme rij voor de kassa, de vrouw die denkt dat ze in haar rolstoel recht heeft om voor te kruipen, de man die er geen rekening mee houdt dat zijn Billy-boekenkast verder uitsteekt dat zijn wagentje en mij dus opzadelt met Billy in mijn rug, het maakt niet meer uit.
De kassa gaat ons redden.
We zijn bijna klaar!
Maar dan besluit een Duits stel voor ons dat dit een leuk moment is om hun kinderen zelf te leren scannen.
Alle Zweedse troep uit de propvolle wagen wordt heeeeel rustig door de kinderen, netjes om de beurt, langs de scanner gehaald. De kinderen mogen zelf kiezen wat ze willen scannen. Uiteraard is dat nooit iets wat bovenop ligt. Als het één van de kinderen even niet lukt neemt moeder alle (lees: ALLE) tijd om het nog een keer rustig uit te leggen.
Ik heb inmiddels minstens honderd keer tegen mezelf gezegd dat ik een geduldig en vredelievend persoon ben, maar ik geloof mezelf inmiddels niet meer.
De IKEA haalt het slechtste in mij naar boven.
‘Ik haat mensen!’ zeg ik tegen mijn dochter.
‘Goh, nu pas?’ antwoordt ze. ‘Zullen we ze schoppen?’
Dan zijn we eindelijk aan de beurt, haalt zij met een noodgang van een jonge meid die niet anders gewend is onze Zweedse møk langs de scanner en kunnen we eindelijk naar buiten.
Op naar huis.
Weg van die jankende voorkruipende mensenmassa.
Misschien kan ik zo zelfs weer lachen.
Met mijn humeur komt het vast weer goed vandaag, denk ik héél even.
‘Zet jij straks die kast in elkaar?’ vraagt Marcel.
🥺😳😤
Ik haat IKEA!
Reactie plaatsen
Reacties