‘Mevrouw, wil je help?’
Terwijl hij de vraag stelt duwt hij zijn telefoon al bijna tegen mijn neus.
Ik lach. ‘Heb ik een keuze?’
Hij kijkt me niet begrijpend aan. De woorden die ik gebruik zijn te moeilijk voor hem.
En natuurlijk wil ik helpen!
Op zijn telefoon zie ik een lang whatsappbericht van iemand, ik gok van de gemeente, die een afspraak met hem wil maken over zaken die hij nog moet regelen. In de laatste zin staat de vraag of hij op een bepaalde dag en tijdstip deze week langs kan komen.
Ik vat het bericht voor hem samen en herhaal de laatste zin.
‘Kun jij dan naar die afspraak?’
‘Ja, goed’, bevestigt hij.
Ik vertel hem dat hij dat dan moet antwoorden.
Hij typt iets op zijn telefoon en laat het me zien.
‘Goed?’
Ik lees: isg
Omdat ik het idee heb dat deze Eritreese jongen, die normaal echt al best heel aardig uit de voeten kan met het spellen van Nederlands woorden, een flink aantal letters is vergeten stel ik hem de vraag:
‘Wat wilde je precies tegen haar zeggen?’
‘Is goed!’ antwoordt hij snel.
Langzaam begint me iets te dagen.
Toen ik vorige week één van mijn dochters via whatsapp vroeg op tijd thuis te zijn, kreeg ik ook alleen deze drie letters als antwoord. En één van mijn andere dochters reageerde op dezelfde manier op de vraag of ze de vaatwasser even wilde uitruimen terwijl ik aan het werk was.
Ineens dringt tot me door dat isg wel eens ‘is goed’ zou kunnen betekenen.
Op het bord schrijf ik de woorden: is goed en ik onderstreep de letters i s g.
Ik leg uit dat hij isg kan gebruiken voor zijn vrienden, maar dat hij in berichten naar andere mensen de hele woorden moet gebruiken.
‘Oké mevrouw, bedankt. Jong mensen die (hij wijst naar isg), oud mensen die (hij wijst naar ‘is goed’).
Ik reageer maar even niet 😉
Morgen ga ik hem denk ik maar even een app sturen met een vraag.
Als ik isg terugkrijg val ik onder de jongeren.
Bij ‘is goed’ ben ik officieel oud.
Al denk ik dat ik het al wel weet…
Reactie plaatsen
Reacties