Ik heb vakantie.
Maar na de laatste les en de traditionele boks - die ik blijkbaar nog steeds niet goed beheers - met alle jongens reed ik met een knoop in mijn maag en een brok in mijn keel naar huis.
De afgelopen weken zaten vol momenten van allerlei soorten.
Er waren heel veel leuke, gezellige en grappige momenten. Baldadige jongens die met elkaar (en met mij) wilden handjedrukken, grapjes uithaalden of mij ervan probeerden te overtuigen dat ze écht eerst even over voetbal moesten praten voordat ze aan het werk konden.
Er waren leerzame momenten. In het klaslokaal, maar minstens zo vaak daarbuiten, op straat of in de stad. Momenten waarop we taal oefenden, maar ook elkaar en onze omgeving beter leerden begrijpen.
Er waren ook irritante momenten. Gelukkig niet veel, maar vijftien jongens in een klaslokaal na een slechte nacht is niet altijd rozengeur en maneschijn. Eerder puberlucht en TL-licht. Ik heb er een paar regelmatig achterhet spreekwoordelijke behang geplakt.
En er waren lachwekkende momenten.
“Mevrouw, kunt u rennen?” vroeg een van de jongens tijdens een wandeling door de stad. Voor ik het wist, dook iedereen achter auto’s en muurtjes en drukte een van hen op een voordeurbel.
Daar stond ik dan, met mijn goede gedrag.
Blijkbaar is belletje trekken van alle culturen.
Maar tussen al die mooie, grappige en soms vermoeiende momenten zaten ook verhalen die me niet loslaten. Verhalen over gevangenschap, martelingen en het zien sterven van vrienden. Over familieleden die achterbleven op plekken waar het niet veilig is. Over de bijna-doodervaring op een bootje op de Middellandse Zee.
En toen was er vandaag die ene opmerking:
“Mevrouw, ik wil geen vakantie. Ik kan niets doen.”
Die zin brak mijn hart.
Terwijl ik uitkijk naar drie weken zon, familie en rust, heeft hij niets om naar uit te kijken. Op de plek waar hij woont mag hij overdag niet binnen zijn. Werk vinden lukt niet.
“Kom maar terug als je beter Nederlands spreekt,” krijgt hij te horen.
En dus wacht hij. Een negentienjarige jongen in de wachtstand.
Dat neem ik mee mijn vakantie in. Niet omdat ik me schuldig voel dat ik wél op vakantie ga (al voelt dat best een beetje zo), maar omdat het me eraan herinnert hoe verschillend onze werelden soms zijn.
En dat het niet meer dan geluk is dat mijn wiegje hier stond. Geen verdienste, gewoon mazzel.
Ik gun mezelf nu even rust.
Niet om ze los te laten, maar om op te laden, zodat ik na de zomer weer met nieuwe energie voor de klas kan staan. Zodat ik er niet alleen ben om Nederlands te geven, maar ook om te luisteren, te lachen, te helpen en vooral een plek te bieden waar deze jongens zich veilig en gezien voelen.
Over drie weken zie ik ze weer terug.
Voor een nieuwe boks, een discussie over voetbal die eigenlijk niet kan wachten, een nieuwe rol behang en weer een stapje verder op weg naar een toekomst.
Tot gauw jongens!
(foto AI)
Reactie plaatsen
Reacties