Gisteren toen ik naar bed ging, het was al behoorlijk laat, betrapte ik mijn jongste dochter met een boek. Ze lag half onder de dekens, verdiept in Het dagboek van Anne Frank, haar hoofd nog net zichtbaar boven de rand van het dekbed.

 

Er zijn maar weinig dingen die me zo gelukkig maken als een kind met een boek, dus ik heb het ook zeker niet in mijn hoofd gehaald om iets te zeggen over slapen of het licht uitdoen.
Ik kijk wel uit!

 

Vanmorgen stond ze naast me met het boek. Ze wilde me vertellen hoeveel bladzijden ze had gelezen en hoe spannend het was.
Voor jullie misschien heel normaal.
Voor mij niet.

 

Je moet weten: deze jongste dame van ons heeft enorm veel moeite met lezen. Zóveel moeite, dat ze het jarenlang niet eens meer wilde proberen.
Bang om opnieuw te voelen dat het toch weer niet zou lukken.

 

Ze is een kopie van een van haar zussen. Ook bij haar gaat lezen allesbehalve vanzelf.
Het blijft een eeuwige worsteling met woorden en letters.

 

Ik heb vier dochters.
Twee van hen zitten op het praktijkonderwijs.
Lezen gaat bij hen moeizaam: letters draaien en spiegelen, zinnen blijven niet staan. En toch verslinden ze boeken.
De jongste heeft mijn rijtje boeken van Eenvoudig communiceren ontdekt: bekende boeken in een iets makkelijker jasje. Ik schaf ze aan voor mijn klassen, maar ook voor mijn dochters.
Haar zus begon met deze boeken en verslindt nu spannende thrillers in het Engels.
‘Want in het Engels heb ik minder last van mijn dyslexie.’

 

Ze lezen uit zichzelf, voor de lol.
Waarom?
Omdat er niemand naast zit met een meetlat.
Omdat ze mogen genieten van lezen en boeken zelf mogen kiezen.
Geen lijstje met verplichte titels.
Lezen is voor hen gewoon: een verhaal, een wereld, iets om in te verdwijnen.

 

Lezen mag nog leuk zijn.

 

Mijn andere twee dochters zitten op scholen waar lezen een opdracht is. Een prestatie. Iets waar je op beoordeeld wordt. Iets waar je tekort kunt schieten.
Iets wat je moet bewijzen.
En waar zij vroeger net zo veel plezier hadden van een mooi boek, zie ik nu hoe de lol langzaam is weggesijpeld.
‘Ik heb geen tijd om een mooi boek te lezen, want dan kom ik niet toe aan de boeken die ik móet lezen.’
Doodzonde dat het onderwijs leesplezier soms zo weet dood te slaan.

 

Het verschil tussen het leesplezier van mijn dochters zit niet in de omgeving of het voorbeeld dat we hierin geven. Ons huis is vol boeken, ik heb ze jaren voorgelezen en zit zelf ook vaak met mijn neus in een boek.
Het verschil zit ook niet in de vaardigheid van het lezen, want dan was het eerder andersom geweest.
Nee, het verschil zit in druk.
De leesmeetlat.

 

Twee van mijn dochters moeten lezen.
Twee van mijn dochters hebben het geluk dat ze mogen lezen zonder dat het moet.
Ze lezen omdat ze willen weten hoe het verhaal verder gaat, omdat het verhaal ze meeneemt naar een andere wereld.

 

En precies dát is waar lezen volgens mij voor bedoeld is. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.